2025
President Russell M. Nelson: profeet en apostel
In memoriam: President Russell M. Nelson


‘President Russell M. Nelson: profeet en apostel’, Liahona, november 2025.

In memoriam

President Russell M. Nelson: profeet en apostel

‘Ik getuig dat God onze Vader is. Jezus is de Christus. Zijn kerk is op de aarde hersteld. Zijn waarheid, zijn verbonden en verordeningen stellen ons in staat om angst te overwinnen en de toekomst met geloof tegemoet te zien!’

Russell M. Nelson met de Schriften

In 1979 woonde dr. Russell M. Nelson, hartchirurg en algemeen zondagsschoolpresident van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, een bijeenkomst bij waarin president Spencer W. Kimball (1895–1985) de aanwezigen aanmoedigde zich meer in te zetten om het evangelie in andere landen te prediken, vooral in China. ‘We zouden hun taal moeten leren. We zouden voor ze moeten bidden en ze helpen’, zei president Kimball.

Dr. Nelson aanvaardde die uitdaging. Al snel leerden hij en zijn vrouw Mandarijn. Zodra een mogelijkheid zich zou voordoen, wilde hij voorbereid zijn.

Datzelfde jaar was er een mogelijkheid. Tijdens een zakelijke bijeenkomst sprak dr. Nelson met een prominent chirurg uit China. Door zijn Chinese lessen was dr. Nelson in staat om een gesprek met hem aan te knopen. De twee mannen konden het goed met elkaar vinden en dr. Nelson nodigde de Chinese chirurg uit om Utah te bezoeken. Daarna kreeg dr. Nelson de uitnodiging om als gastprofessor chirurgie naar China te komen.

Russell M. Nelson kijkt naar een model van een hart

Dr. Nelson bezocht China vele malen. Hem werd zelfs gevraagd om een operatie op een beroemde Chinese operazanger te verrichten. De mensen die hij ontmoette waren niet alleen onder de indruk van zijn medische expertise, maar waardeerden het ook bijzonder dat hij in hun eigen taal met hen sprak. Zijn relatie met de Chinezen was cruciaal in het leggen van goede contacten tussen de kerk en China. En dat alles werd mogelijk gemaakt omdat hij de aansporing van de profeet ter harte had genomen.

Toen hij op de uitnodiging van president Kimball terugkeek, zei president Nelson: ‘Hij zei niet “iedereen behalve broeder Nelson”. Dus ik geloofde hem. Daarom leerden Dantzel en ik allebei Mandarijn.’ Hij ging vol vertrouwen aan de slag, en vertrouwde op de woorden van de profeet.

Het leven van president Nelson werd gekenmerkt door gehoorzaamheid. Hij wist dat gehoorzaamheid aan goddelijke leiding tot zegeningen zou leiden, altijd weer, ook als die zegeningen pas vele jaren later zichtbaar werden.

jonge Russell M. Nelson met zijn ouders en de rest van het gezin

De jonge Russell Nelson (middenvoor) met zijn ouders en de rest van het gezin.

Geloof op jonge leeftijd

Russell Marion Nelson werd op 9 september 1924 in Salt Lake City (Utah, VS) geboren, in het gezin van Marion C. Nelson en Edna Anderson. President Nelson heeft over zijn ouders gezegd: ‘Er heerste liefde bij ons thuis. […] We lazen samen, zongen samen, speelden samen en werkten samen.’

Het gezin van de familie Nelson bood een gelukkige, liefdevolle en behulpzame omgeving. Onderwijs was heel belangrijk voor Marion en Edna. President Nelson heeft gezegd: ‘Ze waren bereid om alle nodige offers te brengen zodat de kinderen hun levensdoelen konden bereiken. […] Zonder hun aanmoediging en stellige overtuiging van de waarde van een opleiding en dienstbetoon had mijn leven er heel anders uitgezien.’

Hoewel de ouders van Russell zijn activiteit in de kerk steunden, waren zij zelf actiever in de gemeenschap dan in de kerk. De jonge Russell maakte zich zorgen dat de gezinsleden nooit aan elkaar verzegeld zouden worden. Maar hij vertrouwde erop dat de Heer zijn gebeden voor het gezin zou beantwoorden. Na vele jaren werden zijn gebeden verhoord. Op 26 maart 1977 werden Marion en Edna en hun kinderen in de Provotempel (Utah, VS) aan elkaar verzegeld. Volgens president Nelson was dat het mooiste geschenk dat zijn ouders hun kinderen ooit hebben gegeven.

Vroege voorbereidingen

Toen Russell nog jong was, besloot hij dat hij geneeskunde wilde studeren. Hij wilde het onbekende onderzoeken en hij wilde mensen helpen. Terugkijkend op die beslissing zei hij: ‘Ik kwam tot de conclusie dat moederschap de beste carrière was die iemand kon hebben. […] Op de tweede plaats stond een carrière in de geneeskunde. Daarmee kon ik elke dag mensen helpen en onderricht geven.’

Toen hij dus in 1941 zijn middelbare school had afgerond, ging hij aan de University of Utah geneeskunde studeren. Vanwege de onzekerheid die de Tweede Wereldoorlog met zich meebracht, werkte Russell extra hard om de vierjarige studie in drie jaar te voltooien. Hij had het heel druk, maar nam ook de tijd om aan toneelstukken en andere sociale evenementen deel te nemen. Dankzij een van die toneelstukken leerde hij de jonge vrouw kennen met wie hij later zou trouwen. Toen hij Dantzel White voor het eerst tijdens een repetitie op het toneel zag, vroeg hij: ‘Wie is dat mooie meisje dat daar staat te zingen?’

Russell en Dantzel

Russell M. Nelson en zijn vrouw, Dantzel, toen ze aan de University of Utah studeerden, 1942.

Op 31 augustus 1945 traden Russell en Dantzel in de Salt Laketempel in het huwelijk. ‘Dat is duidelijk de belangrijkste beslissing die ik ooit heb genomen’, zei hij in 1982. ‘Zij heeft me vriendschap, tien kinderen, en al die andere ongrijpbare dingen gegeven die een vrouw haar man geeft om hem ertoe te brengen het beste in zichzelf naar boven te halen en het geluk van anderen boven het zijne te stellen.’

Voordat Russell in juni 1945 zijn bachelordiploma had behaald, was hij al aan zijn studie geneeskunde begonnen. Hij voltooide die vierjarige studie in drie jaar. In augustus 1947 behaalde hij op 22-jarige leeftijd zijn medische graad summa cum laude.

Russell M. Nelson in afstudeergewaad

Russell M. Nelson studeerde in augustus 1947 aan de University of Utah af met een doctoraat in de geneeskunde.

Gehoorzaamheid aan goddelijke wetten

Toen dr. Nelson was afgestudeerd, verhuisden hij en Dantzel naar de Amerikaanse staat Minnesota. Daar sloot hij zich bij een onderzoeksteam aan om een hart-longmachine te ontwikkelen. Het team ontwierp en bouwde elk onderdeel ervan.

Gedurende zijn onderzoek werd dr. Nelson gestimuleerd door zijn begrip van gehoorzaamheid aan goddelijke wetten. Hij wist dat alle ‘koninkrijken een wet gegeven [is]’ (Leer en Verbonden 88:36), en dat ‘zelfs de zegen van de hartslag’ daar deel van uitmaakt. Als zijn team die wetten begreep, zouden ze die kunnen gebruiken om de zieken tot zegen te zijn.

‘Dat betekende voor mij dat we moesten werken, studeren en de juiste vragen stellen in ons wetenschappelijk onderzoek om inzicht te krijgen in de wetten die met de hartslag te maken hebben. Nu die wetten ons duidelijk zijn, weten we dat we het hart stil kunnen leggen, delicate reparaties aan beschadigde kleppen en vaten kunnen verrichten, en het vervolgens weer kunnen laten kloppen.’

Pionier en leider

Na zijn werk aan de hart-longmachine deed dr. Nelson onderzoek naar technieken om openhartoperaties meer kans van slagen te geven. In 1955 verrichtte hij de eerste geslaagde openhartoperatie met gebruik van een hart-longmachine in Utah.

Ondanks dat succes waren openhartoperaties nog steeds onbekend terrein. Dr. Nelson hoorde over een gezin, waarvan de oudste zoon door een aangeboren hartaandoening overleden was. Nu had een van de dochters dezelfde aandoening. Ze was er slecht aan toe, maar hij beloofde dat hij zijn uiterste best voor haar zou doen. Helaas overleed het kind na de operatie. Later werd er een andere dochter uit dat gezin bij hem gebracht, die ook een hartafwijking had. Hij verrichtte opnieuw een operatie, waarna dat kind ook overleed. Dr. Nelson was ontroostbaar. Hij zei dat hij nooit meer een hartoperatie zou verrichten.

Hoewel ze ook verdrietig was, zei Dantzel wijselijk dat iemand anders zou moeten leren wat hij al wist, als hij de handdoek in de ring zou gooien. ‘Zou het niet beter zijn dat je doorgaat in plaats van te stoppen, zodat anderen niet door hetzelfde verdrietige leerproces hoeven te gaan om te leren wat jij al weet?’

Dr. Nelson ging terug naar het laboratorium en de operatietafel en werkte nog harder dan voorheen. Uiteindelijk zou hij een van de voornaamste hartchirurgen in het land worden. Alleen al in 1983 – het jaar voordat hij tot apostel werd geroepen – verrichtte hij 360 operaties.

Dr. Nelson wijdde zijn talenten toe aan onderzoek, onderwijs en operaties. Hij was plaatselijk, nationaal en internationaal op velerlei gebieden actief. Hij werd gecertificeerd door de American Board of Surgery en de American Board of Thoracic Surgery en was vervolgens zes jaar lid van de American Board of Thoracic Surgery. Dr. Nelson was president van de Thoracic Surgical Directors Association, de Society for Vascular Surgery en de Utah State Medical Association. Hij had ook een leidinggevende functie bij de American Board of Thoracic Surgery.

In het LDS Hospital was hij actief als voorzitter van de afdeling Thoracale heelkunde en als vicevoorzitter van de raad van bestuur. Hij heeft veel onderscheidingen ontvangen, zoals de ‘Citation for International Service’ van de American Heart Association en de ‘Golden Plate Award’ van de American Academy of Achievement. Hij heeft ook van drie universiteiten in de Volksrepubliek China een eredoctoraat ontvangen.

gezin van Russell M. Nelson

De familie Nelson, 1982.

Liefde in het gezin

President en zuster Nelson kregen negen dochters en een zoon. Door zijn drukke agenda en veel verantwoordelijke taken was Russell vaak niet thuis. Maar zijn vrouw, Dantzel, zei altijd: ‘Als hij thuis is, is hij ook echt thuis!’ De gezinsleden twijfelden nooit aan zijn liefde voor hen.

Er was thuis altijd veel muziek, en er werd veel gelachen en veel dienstbetoon verricht. Ze bestudeerden de Schriften en hielden gezinsavond. Ze gingen als gezin op vakantie en naar sportwedstrijden.

Russell en Dantzel hebben hun kinderen liefdevol en geduldig opgevoed. Af en toe riep Russell naar zijn dochters: ‘Kunnen jullie wat minder lawaai maken; er zijn mensen die voor hun leven afhankelijk zijn van je vader. Dus hij heeft een goede nachtrust nodig!’

Omdat hij geregeld naar medische congressen reisde, nam hij meestal een van de kinderen met zich mee, om er zeker van te zijn dat hij een goede band met al zijn kinderen onderhield. Een kerkleider had ooit tegen hem gezegd dat dat ‘een verstandige investering’ was. President Nelson heeft gezegd: ‘In de loop van mijn leven heb ik veel titels gehad: dokter, kapitein, hoogleraar en ouderling. Maar de titels waar ik de meeste waarde aan hecht zijn die van echtgenoot, vader en grootvader.’

Toen de kinderen opgroeiden en het huis uit gingen, bleven ze nauw met elkaar in contact. Ze riepen het Nelson News in het leven, een maandblad met een artikel van elk familielid, en een kalender met belangrijke familie-evenementen. En elke maand hadden ze een gezamenlijke maaltijd waarbij ze alle verjaardagen en jubileums van die maand vierden. Wie niet aanwezig kon zijn, wist dat er aan hem of haar werd gedacht.

In geloof dienen

Ondanks zijn drukke agenda als gerenommeerd chirurg zette dr. Nelson zijn gezin en de kerk op de eerste plaats. Voordat hij als apostel werd geroepen, was hij werkzaam als ringpresident, regionaal vertegenwoordiger en algemeen zondagsschoolpresident.

Russell M. Nelson als algemeen zondagsschoolpresident met anderen

President Harold B. Lee (links) en president N. Eldon Tanner (rechts) van het Eerste Presidium met het nieuwe algemeen zondagsschoolpresidium – president Russell M. Nelson (midden) met raadgevers Joseph B. Wirthlin en Richard L. Warner – en hun families.

Toen ouderling Spencer W. Kimball (1895–1985) dr. Nelson in 1964 als ringpresident riep en aanstelde, zei ouderling Kimball gekscherend: ‘Iedereen met wie we hier gesproken hebben, zegt dat u waarschijnlijk wel een goede kandidaat bent, maar dat u geen tijd hebt. Hebt u er wel tijd voor?’

‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Russell, ‘maar ik heb er wel het geloof voor!’

Russell vertrouwde ouderling Kimball toe dat hij de hoogste werkdruk voelde als hij een aortaklep moest vervangen. Het sterftecijfer van de operatie was hoog, en elke patiënt had urenlang en soms wel dagenlang intensieve zorg nodig.

‘In de zegen die hij uitsprak toen hij me aanstelde,’ zei president Nelson, ‘zegende hij me specifiek dat ons sterftecijfer bij hartklepoperaties zou afnemen en dat de operatie niet meer zoveel tijd en energie van me zou vergen. Het daaropvolgende jaar werd de operatie inderdaad minder tijdrovend en kreeg ik de tijd om die en andere roepingen te vervullen. Het sterftecijfer daalde zelfs tot waar het momenteel is – op een heel laag, aanvaardbaar punt. En het opmerkelijke is dat ik diezelfde operatie acht jaar later op president Kimball heb uitgevoerd.’

Hart van een profeet

Toen president Kimball waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen was, kreeg hij ernstige hartproblemen en kwam de dood dichtbij. In 1972 spraken president Kimball en het Eerste Presidium met dr. Nelson voor medisch advies. Vanwege de leeftijd van president Kimball kon dr. Nelson de vereiste operatie niet aanbevelen.

President Kimball was het met hem eens en zei: ‘Ik ben een oude man en ben klaar om te sterven.’

Op dat moment stond president Harold B. Lee (1899–1973) op, sloeg met zijn vuist op tafel en zei: ‘Spencer, je bent geroepen! Je gaat niet dood! Je moet alles doen wat nodig is om voor jezelf te zorgen en in leven te blijven.’ President Kimball besloot de operatie te ondergaan.

Voordat de operatie plaatsvond, legde het Eerste Presidium de handen op het hoofd van dr. Nelson en verzekerde hem ervan dat de operatie zou slagen. Hij hoefde zich geen zorgen te maken over de operatie, omdat ‘hij door de Heer was voorbereid om deze operatie te verrichten’.

De operatie verliep vlekkeloos en dr. Nelson wist dat hij dat aan de Heer te danken had. Toen de operatie bijna voltooid was, kreeg hij de krachtige indruk dat de man die hij zojuist geopereerd had president van de kerk zou worden.

Toen president Kimball in 1973 tot president van de kerk werd geordend, schreef dr. Nelson hem een brief met de geruststellende woorden dat zijn gezondheid geen belemmering voor zijn nieuwe roeping zou zijn. Dat was slechts een van de vele malen dat hij leden van het Quorum der Twaalf Apostelen met zijn expertise als arts van dienst kon zijn.

Russell M. Nelson met Spencer W. Kimball en Gordon B. Hinckley

Ouderling Russell M. Nelson schudt president Spencer W. Kimball de hand. President Gordon B. Hinckley kijkt toe.

Nieuwe roeping

Toen president Gordon B. Hinckley hem op 7 april 1984 tot lid van het Quorum der Twaalf Apostelen riep, werd dr. Nelson ouderling Nelson. Zijn roeping was zo’n schok dat bij een van zijn dochters, die zwanger was, de weeën begonnen. Ouderling Nelson zei dat de aankondiging van zijn roeping ‘de voorzet’ had gegeven voor de bevalling van zijn 22e kleinkind.

Los van zijn omvangrijke opleiding en ervaring als arts, wist ouderling Nelson dat de grootste kracht van God komt en dat het grootste werk in zijn dienst wordt verricht.

‘De mens kan zelf weinig doen om een ziek of gebroken lichaam te genezen’, wist ouderling Nelson. ‘Met een opleiding kan de mens iets meer doen. Met een gevorderde medische opleiding en ervaring kan de mens nog iets meer doen. Maar de werkelijke genezende kracht is een gave van God.’

Vlak nadat ouderling Nelson als apostel was geroepen, werd er in een werkvergadering bekendgemaakt dat dr. Nelson geen hartoperaties meer zou verrichten, ‘omdat zijn kerk hem “heilig” had verklaard’.

Toen ouderling Nelson dit verhaal vertelde, legde hij uit dat ‘sommige mensen ten onrechte denken dat [het woord heilige] zaligverklaring of volmaaktheid betekent. Maar dat is niet zo! Een heilige is iemand die in Christus gelooft en zijn volmaakte liefde kent. […] Een heilige dient anderen, en weet dat hoe meer hij dient, hoe meer de Geest in staat is om te heiligen en te zuiveren.’

Na 31 jaar lid van het Quorum der Twaalf Apostelen te zijn geweest, werd ouderling Nelson in juli 2015 na het overlijden van president Boyd K. Packer tot president van het quorum aangesteld.

Dit leven is niet makkelijk

President Nelson heeft ooit in een conferentietoespraak gezegd dat ‘het leven niet bedoeld is om makkelijk te zijn. […] De overwinning is alleen voor hen die het geloof opbrengen om op koers te blijven en het nauwe en smalle pad te volgen.’

President Nelson heeft met heel wat beproevingen te kampen gehad. In 1991 werd er bij zijn dochter Emily kanker vastgesteld. Vlak daarna kreeg zijn vrouw lymfeklierkanker. Dantzel herstelde uiteindelijk, maar Emily overleed na een lange strijd met de ziekte.

In 2005 overleed Dantzel onverwacht. Tijdens de algemene conferentie daarna zei president Nelson: ‘Dantzel was meer dan een geliefde en liefdevolle levensgezellin. Door haar edele voorbeeld gaf ze les in geloof, deugd, gehoorzaamheid en barmhartigheid. Ze leerde me de kunst van het luisteren en het liefhebben. Dankzij haar weet ik welke zegeningen een man, vader en grootvader ten deel kunnen vallen.’

Begin 2019 vond er opnieuw een droevige gebeurtenis plaats, toen zijn dochter Wendy aan kanker overleed. ‘Onze tranen van verdriet zullen plaatsmaken voor tranen van hoop als we een eeuwig perspectief voor ogen houden’, zei president Nelson op haar begrafenis.

Bediening en reizen

President Nelson gaf geregeld zijn getuigenis over het harmonieuze verband tussen de wetenschappen die hij zo goed kende, en het hemelse plan en de schepping waarvan hij getuigde. Hij heeft over de wonderen van het menselijk lichaam gezegd: ‘Sommige mensen [menen] ten onrechte dat deze indrukwekkende lichamelijke kenmerken toevallig of uit een zogeheten oerknal zijn ontstaan. Vraag uzelf eens af: Kan een explosie in een drukkerij een woordenboek produceren?’ Zijn onderwijs en professionele loopbaan onderstreepten zijn geestelijke overtuiging van het evenwicht tussen die ideeën.

Hij sprak voortdurend over zijn respect voor vrouwen en de kracht van vrouwen in het evangelie. Hij vertelde wat hij van Eva over het priesterschap leerde en over het partnerschap van man en vrouw. Hij moedigde de leden aan om in te zien dat ‘man en vrouw samen en gelijkwaardig de hoogste verordening in het huis des Heren kunnen ontvangen’. In zijn conferentietoespraak van oktober 2015 moedigde hij de vrouwen van de kerk aan om ‘naar voren te treden! Neem uw rechtmatige en nodige plaats bij u thuis, in uw gemeenschap en in het koninkrijk van God in – meer dan u ooit gedaan hebt.’

In 2006 trouwde president Nelson met Wendy L. Watson, hoogleraar en klinisch psycholoog, gespecialiseerd in huwelijks- en gezinstherapie. Tijdens het 2009 World Congress of Families, waar ouderling Nelson en Wendy spraken, zei hij: ‘Ik weet ook hoe het is om door mijn hemelse Vader gezegend te worden door opnieuw te trouwen, wederom met een meelevende, edelmoedige vrouw die mijn familiekring vervolledigt.’ President en zuster Nelson hebben de wereld rondgereisd om toegewijd dienstbetoon te verrichten.

President Nelson met zijn vrouw, Wendy

President Russell M. Nelson en zijn vrouw, Wendy, 2018.

Hij was met recht een wereldwijde dienstknecht. Hij heeft de Sapporotempel (Japan), de Concepcióntempel (Chili) en de Rometempel (Italië) ingewijd. Bovendien heeft hij over de hele wereld aan andere tempelinwijdingen deelgenomen, waaronder die van de Paysontempel (Utah, VS), de Kievtempel (Oekraïne) en de Accratempel (Ghana). Hij heeft ook in april 2015 het Life Sciences-gebouw van de Brigham Young University gewijd. Hij heeft 31 landen voor de verkondiging van het evangelie toegewijd. Hij heeft ertoe bijgedragen dat het evangelie in Oost-Europa kon worden verspreid. Tijdens zijn bediening is de kerk in ruim dertig landen officieel erkend.

Waar hij ook heen reisde, president Nelson besteedde altijd veel aandacht aan kinderen. Toen hij een keer ruim vierduizend leden van de kerk in British Columbia (Canada) toesprak, was hij blij dat hij zoveel gezinnen met kinderen zag. Tijdens zijn toespraak vroeg hij de kinderen om op hun stoel te gaan staan en naar hem te zwaaien. President Nelson glimlachte toen de kinderen boven de menigte uitstaken en enthousiast naar hem zwaaiden. ‘Aha’, zei hij. ‘Nu kan ik jullie goed zien.’ Zijn vriendelijkheid en licht hebben miljoenen kinderen van God over de hele wereld bereikt – zowel jong als oud.

President en zuster Nelson begroeten leden in Engeland

President en zuster Nelson begroeten een gezin in het historische kerkgebouw bij Hyde Park in Londen (Engeland), april 2018.

Zijn boodschap in de praktijk

De manier waarop president Nelson zijn leven leidde, was het grootste getuigenis en testament van de Heiland dat hij kon geven.

Een van die momenten vond plaats toen zijn medeapostel, ouderling Joseph B. Wirthlin (1917–2008), een van zijn laatste conferentietoespraken hield. Ouderling Wirthlin sprak over naastenliefde als eigenschap die ons als heiligen der laatste dagen zou moeten kenmerken. Tijdens zijn toespraak begon hij ongecontroleerd te beven. Ouderling Nelson liep rustig naar hem toe, sloeg zijn arm om hem heen en ondersteunde hem gedurende de rest van zijn toespraak. Het was een krachtige, stille boodschap van de liefde die we anderen zouden moeten tonen.

‘Ik heb lang geleden al geleerd dat ik gehoorzaam moet zijn aan die geweldige, zoete influisteringen van de Geest – die sterke ingevingen om bepaald advies te volgen’, heeft president Nelson gezegd. ‘Vooral ontnuchterend is de kennis dat de Heer, als we tevreden met onze bestaande levenssituatie zijn, iets met ons voorheeft dat onze stoutste dromen overtreft. Hij verwacht alleen van ons dat we ons voorbereiden – dat we onze onvolmaaktheden proberen glad te strijken en dat we elke dag iets meer doen dan we anders zouden doen.’

President Nelson heeft altijd aandacht aan die sterke influisteringen geschonken. De gedachte aan de twee meisjes die hij aan het begin van zijn loopbaan niet had kunnen redden, bleef hem jarenlang achtervolgen, vooral toen hij hoorde dat de familie verbitterd jegens hem en de kerk was geworden. Bijna zestig jaar lang treurde hij bij die herinnering en was hij bedroefd voor die familie. Hij probeerde verscheidene malen vergeefs contact met hen op te nemen.

In 2015 werd hij ’s nachts wakker en voelde hij dat de twee meisjes hem probeerden te bereiken. Hij beschreef die ervaring als volgt: ‘Hoewel ik ze niet kon zien of horen, voelde ik hun aanwezigheid. Ik hoorde hun smeekbede op een geestelijke manier. Hun boodschap was kort en duidelijk: “Broeder Nelson, we zijn aan niemand verzegeld! Kunt u ons helpen?”’

President Nelson probeerde opnieuw contact op te nemen met de vader en de jongere broer die nog in leven waren. Deze keer had hij meer succes. Hij knielde nederig voor de vader neer, sprak over de smeekbede van zijn dochters en bood aan om de verzegelverordeningen te verrichten. Hij zei dat het wat tijd en inspanning zou kosten, aangezien de vader en broer nog niet begiftigd waren. In aanwezigheid van de Geest beloofden de vader en broer dat ze de nodige voorbereidingen zouden treffen. President Nelson huilde later van vreugde toen hij in de Paysontempel (Utah, VS) de verzegelingen voor die familie kon verrichten.

Blijf op het verbondspad

Toen president Thomas S. Monson (1927–2018) begin januari 2018 overleed, kwam het Quorum der Twaalf Apostelen in gebed bij elkaar om leiding van de Heer te krijgen voor het roepen van een nieuwe profeet. Russell M. Nelson werd op 14 januari 2018 als profeet en zeventiende president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aangesteld.

Hij sprak zijn eerste openbare verklaring als president van de kerk vanuit het bijgebouw van de Salt Laketempel (Utah, VS) uit. Hij moedigde de leden van de kerk aan om ‘op het verbondspad te blijven’. En hij gaf deze krachtige belofte: ‘Uw toewijding aan het volgen van de Heiland, door verbonden met Hem te sluiten en u daaraan te houden, zal de deur opendoen naar elk geestelijk voorrecht en elke zegen die mannen, vrouwen en kinderen overal ter beschikking staan.’

Hij verklaarde dat het nieuwe Eerste Presidium ‘met de uitkomst in gedachten’ wilde beginnen. Hij legde uit dat ‘de uitkomst waar ieder van ons naar streeft, is begiftigd te worden met macht in een huis des Heren, als gezin aan elkaar verzegeld te worden – trouw aan verbonden die in een tempel zijn gesloten – waardoor wij in aanmerking komen voor de grootste gave van God, het eeuwige leven.’

Hij verwees opnieuw naar het verbondspad en vroeg iedereen die zich daar niet meer op bevond om terug te keren. Hij verzekerde hen: ‘Er is een plek voor u in deze kerk, de kerk van de Heer.’

het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen in het bezoekerscentrum van de Rometempel

Het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen in het bezoekerscentrum van de Rometempel, maart 2019.

Openbaring ontvangen en ernaar handelen

Leden van de kerk zullen zich nog lang het enthousiasme herinneren waarmee president Nelson zijn eerste algemene conferentie als profeet en president presideerde. In die conferentie kondigde president Nelson aan dat de hogepriesters en de ouderlingen in één quorum verenigd zouden worden om ‘het werk van de Heer doeltreffender te doen’. Hij kondigde ook het einde van huisonderwijs en huisbezoek aan en het begin van ‘een nieuwere en heiligere manier om voor anderen te zorgen’, een verandering om met ‘dit nieuwe hoofdstuk in de geschiedenis van de kerk’ te beginnen. Aan het einde van de conferentie kondigde president Nelson de bouw van zeven nieuwe tempels aan.

Het leek alsof ouderling Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen voor iedereen sprak toen hij na de tweede aankondiging van president Nelson het volgende zei: ‘De meest gedenkwaardige momenten in het leven zijn die waarop we openbaring krijgen. President Nelson, ik weet niet hoeveel openbaring we dit weekend nog meer aankunnen.’

Voortdurende openbaring bleef de zending van president Nelson als profeet, ziener en openbaarder kenmerken. Na die eerste conferentie reisden president Nelson en zijn vrouw, Wendy, de wereld rond om leden van de kerk te ontmoeten en toe te spreken, vooral in gebieden waar hij net de bouw van een tempel had aangekondigd.

President Nelson staat naast anderen en zwaait naar samengekomen kerkleden

President en zuster Nelson en ouderling Gary E. Stevenson van het Quorum der Twaalf Apostelen begroeten heiligen der laatste dagen in Peru, oktober 2018.

In een wereldwijde devotional riepen hij en zuster Nelson de jongeren van de kerk op om deel te nemen aan ‘de grootste uitdaging, het grootste doel, en het grootste werk op aarde’: de vergadering van Israël.

Vlak daarna verklaarde hij hoe belangrijk het is om de juiste naam van de kerk te gebruiken, ‘omdat de Heer mij ingaf hoe belangrijk de naam is’.

Tijdens de oktoberconferentie van 2018 zei president Nelson opnieuw duidelijk hoe belangrijk het is om de volledige naam van de kerk te gebruiken. Hij kondigde ook een hernieuwde nadruk op evangelieonderricht in het gezin aan. Hij zei: ‘Het is tijd voor een thuisgerichte kerk, gedragen door het kerkleven in onze wijk- en ringgebouwen.’ Dit thuisgerichte, kerkgesteunde plan hield in dat het kerkschema van drie uur naar twee uur werd teruggebracht. Er werd ook een nieuw leerplan voor thuisstudie door personen en gezinnen geïntroduceerd. Aan het eind van die conferentie kondigde president Nelson twaalf nieuwe tempels aan – het grootste aantal tempels dat ooit tegelijkertijd was aangekondigd.

Als profeet liet president Nelson ons zien wat het betekent om de wil van de Heer te doen en naar ontvangen openbaring te handelen. Hij moedigde alle kerkleden aan om dat ook te doen:

‘Ik spoor u aan om uw huidige geestelijke grenzen om persoonlijke openbaring te ontvangen te verleggen. […]

‘Uw Vader in de hemel wil u veel meer kennis geven. […]

‘Als u gehoorzaam blijft, […] zult u de kennis en het begrip waarnaar u verlangt ontvangen. Alle zegeningen die de Heer voor u in petto heeft, zelfs wonderen, zullen komen.’

President Nelson begroet heiligen der laatste dagen in Guatemala-Stad

President Nelson begroet heiligen der laatste dagen in Guatemala-Stad, augustus 2019.

Een heilige belofte

In zijn eerste conferentietoespraak als apostel sprak ouderling Nelson over de verbonden die hij in de tempel had gesloten. Hij zei: ‘[Ik] bevestig opnieuw mijn belofte dat ik alles zal doen om het koninkrijk van God op aarde op te bouwen. Nu ik deze roeping heb aanvaard, en weet dat er uitdagingen, opdrachten en sleutels op mij worden bevestigd, en dat er ook tegenslagen zullen zijn, zeg ik toe dat ik me met al mijn inspanningen en energie volledig zal inzetten.’

Jaren later, en twee dagen nadat hij als profeet was aangesteld, deed president Nelson een soortgelijke belofte: ‘Ik verklaar mijn toewijding aan God, onze eeuwige Vader, en aan zijn Zoon, Jezus Christus. Ik ken Hen, ik heb Hen lief, en ik beloof om Hen – en u – te dienen met elke ademtocht die ik nog in me heb.’

President Nelson heeft zich tot het einde toe aan deze heilige belofte gehouden. Het was duidelijk voor iedereen die hem kende of hem heeft horen spreken dat hij er volledig van overtuigd was dat gehoorzaamheid aan de Heer de zegeningen van de Heer waarborgt. President Nelson kwam altijd trouw zijn verbonden na. Hij kwam zijn verbonden nauwgezet na.

President Nelson zei eens tijdens een algemene conferentie: ‘Als u het pad van rechtschapenheid van de Heer bewandelt, zult u door zijn zegen in zijn goedheid voortgaan, en een licht en een heiland voor zijn volk zijn.’

Het leven van president Russell M. Nelson was zo’n licht en zal dat ook blijven.

President Nelson bestudeert de Schriften

Noten

  1. Russell M. Nelson, ‘Zie de toekomst met geloof tegemoet’, Liahona, mei 2011, 36.

  2. Zie Spencer J. Condie, Russell M. Nelson: Father, Surgeon, Apostle (2003), 215.

  3. Condie, Russell M. Nelson, 219–220.

  4. Zie Russell M. Nelson, ‘Toon uw geloof’, Liahona, mei 2014, 30.

  5. Condie, Russell M. Nelson, 24, 25.

  6. Condie, Russell M. Nelson, 26.

  7. Zie Condie, Russell M. Nelson, 27–28.

  8. Condie, Russell M. Nelson, 40.

  9. Zie Condie, Russell M. Nelson, 44.

  10. Lane Johnson, ‘Russell M. Nelson: A Study in Obedience’, Ensign, augustus 1982, 24.

  11. Zie Marvin K. Gardner, ‘Elder Russell M. Nelson: Applying Divine Laws’, Ensign, juni 1984, 10.

  12. Zie Condie, Russell M. Nelson, 133–134; Russell M. Nelson, ‘Een oproep aan mijn zusters’, Liahona, november 2015, 96.

  13. Condie, Russell M. Nelson, 363.

  14. Dantzel Nelson, in Johnson, ‘Russell M. Nelson: A Study in Obedience’, 23.

  15. Zie Condie, Russell M. Nelson, 58.

  16. Zie Condie, Russell M. Nelson, 98.

  17. Russell M. Nelson, ‘The Family: The Hope for the Future of Nations’ (toespraak op het World Congress of Families, 12 augustus 2009), hoofdstuk 6 van Hope in Our Hearts (2009), 42.

  18. Zie ‘Elder Russell M. Nelson of the Quorum of the Twelve Apostles’, Ensign, mei 1984, 87–88.

  19. Zie Condie, Russell M. Nelson, 153–156.

  20. Zie Russell M. Nelson, ‘Call to the Holy Apostleship’, Ensign, mei 1984, 52.

  21. Gardner, ‘Elder Russell M. Nelson: Applying Divine Laws’, 8.

  22. Zie Russell M. Nelson, ‘Thus Shall My Church Be Called’, Ensign, mei 1990, 16.

  23. Russell M. Nelson, ‘Lessons from Eve’, Ensign, november 1987, 86.

  24. Russell M. Nelson, ‘Nu is de tijd om ons voor te bereiden’, Liahona, mei 2005, 16.

  25. President Nelson zet bediening voort’, Liahona, mei 2019, 120.

  26. Russell M. Nelson, ‘God zij dank’, Liahona, mei 2012, 78–79.

  27. Zie Russell M. Nelson, ‘Lessons from Eve’, 87.

  28. Russell M. Nelson, ‘Woman – Of Infinite Worth’, Ensign, november 1989, 20.

  29. Russell M. Nelson, ‘Een oproep aan mijn zusters’, 97.

  30. Russell M. Nelson, ‘The Family: The Hope for the Future of Nations’, 42.

  31. Zie Aubrey Eyre, ‘Look Back at the Most Tender Moments President Nelson Shared with Church Members in 2018’, Church News, 20 december 2018, ChurchofJesusChrist.org.

  32. Zie Joseph B. Wirthlin, ‘Het grote gebod’, Liahona, november 2007, 28–31.

  33. Condie, Russell M. Nelson, 192.

  34. Zie Russell M. Nelson, ‘De prijs van priesterschapsmacht’, Liahona, mei 2016, 66–67.

  35. Zie Russell M. Nelson, ‘Nu we samen verdergaan’, Liahona, april 2018, 7.

  36. Russell M. Nelson, ‘Aankondiging’, Liahona, mei 2018, 54.

  37. Russell M. Nelson, ‘Bediening’, Liahona, mei 2018, 100.

  38. Russell M. Nelson en Wendy W. Nelson, ‘Hoop van Israël’ (wereldwijde devotional voor jongeren, 3 juni 2018), Evangeliebibliotheek.

  39. Zie Sarah Jane Weaver, ‘“Mormon” Is Out: Church Releases Statement on How to Refer to the Organization’, Church News, 16 augustus 2018, ChurchofJesusChrist.org.

  40. Zie Russell M. Nelson, ‘De correcte naam van de kerk’, Liahona, november 2018, 87–90.

  41. Russell M. Nelson, ‘Openingswoord’, Liahona, november 2018, 7.

  42. Zie ‘Twelve Temples Announced as October 2018 General Conference Closes’, Newsroom, 7 oktober 2018, newsroom.ChurchofJesusChrist.org.

  43. Russell M. Nelson, ‘Openbaring voor de kerk, openbaring voor onszelf’, Liahona, mei 2018, 95–96.

  44. Russell M. Nelson, ‘Call to the Holy Apostleship’, 52.

  45. Russell M. Nelson, ‘Nu we samen verdergaan’, 7.

  46. Zie Russell M. Nelson, ‘De macht van Jezus Christus in ons leven brengen’, Liahona, mei 2017, 41.

  47. Zie Russell M. Nelson, ‘Zie de toekomst met geloof tegemoet’, 36.