2020
De garantie van een rechtvaardig oordeel
Mei 2020


9:46

De garantie van een rechtvaardig oordeel

Het zoenoffer van de Heiland zal voor een rechtvaardig oordeel de sluier van onwetendheid en het pijnlijke, kwetsende leed door anderen wegnemen.

Het Boek van Mormon zet de leer van Christus uiteen

President Russell M. Nelson riep ons afgelopen oktober op om te overwegen hoe ons leven anders zou zijn als onze kennis die we door het Boek van Mormon hebben, ineens werd weggenomen.1 Ik heb over die vraag nagedacht, velen van u vast ook. Eén gedachte bleef maar terugkomen: waar zou ik zonder het Boek van Mormon, met zijn duidelijke uiteenzetting van de leer van Christus en zijn zoenoffer, gemoedsrust vinden?

De leer van Christus omvat de volgende heilsbeginselen en -verordeningen: geloof in Christus, bekering, doop, de gave van de Heilige Geest en volharden tot het einde. Deze leer komt talloze keren in alle Schriftuur van de herstelling aan de orde, maar vooral bijzonder sterk in het Boek van Mormon.2 De leer begint met geloof in Christus. Ieder aspect staat of valt met vertrouwen in zijn zoenoffer.

President Nelson heeft gezegd: ‘Het Boek van Mormon geeft het meest volledige en betrouwbare beeld van de verzoening van Jezus Christus dat maar te vinden is.’3 Hoe beter we de goddelijke gave van de Heiland begrijpen, hoe dieper president Nelsons visie tot ons hart en ons verstand doordringt4 dat ‘de waarheden van het Boek van Mormon de macht [hebben] om onze ziel te genezen, troosten, helen, helpen, sterken, opbeuren en bemoedigen’.5

De verzoening van de Heiland voldoet aan alle eisen van de gerechtigheid

Het Boek van Mormon geeft ons een essentieel en troostend inzicht in de verzoening van de Heiland – namelijk dat Christus’ barmhartige zoenoffer alle eisen van de gerechtigheid vervult. Alma legde uit: ‘Daarom verzoent God zelf de zonden van de wereld om het plan van barmhartigheid te verwezenlijken, om de eisen van de gerechtigheid te bevredigen, opdat God een volmaakt, rechtvaardig God zou zijn, en tevens een barmhartig God.’6 Het plan van barmhartigheid van de Vader7 – in de Schriften ook wel het plan van geluk8 of het heilsplan9 genoemd – kon alleen worden verwezenlijkt als aan alle eisen van de gerechtigheid werd voldaan.

Maar wat zijn de ‘eisen van de gerechtigheid’ precies? Bedenk wat Alma had meegemaakt. U weet dat Alma als jonge man rondging en trachtte ‘de kerk te vernietigen’.10 Alma vertelde zijn zoon Helaman zelfs dat hij ‘met de pijnen van de hel gekweld werd’ omdat hij in wezen ‘vele van [Gods] kinderen vermoord’ had door ze ‘tot hun vernietiging’ weg te voeren.’11

Alma legde aan Helaman uit dat hij pas gemoedsrust kreeg bij de ‘gedachte’ aan zijn vaders lering ‘over de komst van […] Jezus Christus, [die] voor de zonden van de wereld verzoening [zou] doen’.12 De boetvaardige Alma smeekte om Christus’ barmhartigheid.13 Hij besefte met grote vreugde en opluchting dat Christus voor zijn zonden verzoening had gedaan en aan alles had voldaan wat de gerechtigheid eiste. Nogmaals, wat zou de gerechtigheid van Alma hebben geëist? Alma zei later zelf: ‘Niets onreins kan het koninkrijk van God beërven.’14 Alma moet dus deels opgelucht zijn geweest dat de barmhartigheid tussenbeide was gekomen, omdat de gerechtigheid anders zijn terugkeer naar zijn hemelse Vader onmogelijk zou hebben gemaakt.15

De Heiland geneest de wonden die wij niet genezen kunnen

Maar had Alma’s vreugde alleen betrekking op zichzelf – op het feit dat hij zijn straf kon ontlopen en dat hij naar de Vader terug kon keren? We weten dat Alma ook ontzettend inzat over degenen die hij van de waarheid had weggevoerd.16 Maar Alma kon zelf niet alle mensen die hij had weggevoerd, helen en terugbrengen. Hij kon er niet zelf voor zorgen dat ze een eerlijke kans kregen om zich de leer van Christus eigen te maken en de zegeningen ervan te genieten. Hij kon niet hen terugbrengen die misschien al gestorven waren zonder de onjuistheid van zijn valse leringen in te zien.

President Boyd K. Packer heeft ooit gezegd: ‘Alma werd door deze gedachte gered […]: herstellen wat u niet herstellen kunt, de wond genezen die u niet genezen kunt, repareren wat u gebroken hebt en niet repareren kunt, dat is precies het doel van de verzoening van Christus.’17 De vreugdevolle waarheid die in Alma’s gedachten opkwam, was niet alleen dat hij zelf rein kon worden, maar ook dat degenen die hij iets aangedaan had, genezen en heel gemaakt konden worden.

Het zoenoffer van de Heiland biedt de garantie van een rechtvaardig oordeel

Koning Benjamin had jaren voordat Alma door deze geruststellende leer gered werd, al uiteengezet dat het zoenoffer van de Heiland alles kan rechtzetten. Koning Benjamin verklaarde dat ‘een engel van God’ hem ‘blijde tijdingen van grote vreugde’ bekendgemaakt had.18 Die blijde tijdingen hielden onder meer in dat Christus voor onze zonden en fouten zou lijden en sterven, ‘opdat er een rechtvaardig oordeel over de mensenkinderen kan komen’.19

Wat is er precies voor een ‘rechtvaardig oordeel’ vereist? In het volgende vers licht koning Benjamin toe dat de Heiland, om een rechtvaardig oordeel te garanderen, met zijn bloed ‘de zonden [verzoent] van hen die wegens de overtreding van Adam zijn gevallen’ en voor hen ‘die zijn gestorven zonder de wil van God aangaande hen te kennen, of die onwetend hebben gezondigd’.20 Hij zei ook dat een rechtvaardig oordeel vereist dat ‘het bloed van Christus’ de zonden van ‘kleine kinderen’ verzoent.21

In die verzen staat deze heerlijke leerstellige waarheid: het zoenoffer van de Heiland geneest, om niet, hen die in onwetendheid zondigen – hen aan wie in Jakobs woorden ‘geen wet is gegeven’.22 We zijn verantwoordelijk voor onze zonden op basis van het licht dat we ontvangen hebben en het vermogen om onze keuzevrijheid uit te oefenen.23 Wij kennen deze helende en troostende waarheid louter dankzij het Boek van Mormon en andere Schriftuur van de herstelling.24

Als er een wet is gegeven, als we niet in onwetendheid verkeren over Gods wil, zijn we uiteraard wel verantwoordelijk. Koning Benjamin zei het zo: ‘Wee hem die weet dat hij opstaat tegen God! Want zo iemand zal geen redding ten deel vallen, tenzij door bekering en geloof in de Heer Jezus Christus.’25

Die blijde tijdingen horen ook bij de leer van Christus. De Heiland geneest en herstelt dus wie in onwetendheid zondigen, maar biedt dat op voorwaarde van bekering en geloof in Hem ook hun aan die tegen het licht zondigen.26

Alma heeft vast aan beide waarheden gedacht. Zou Alma’s vreugde echt zo ‘uitzonderlijk’27 zijn geweest als hij meende dat Christus hem wel redde, maar allen die hij van de waarheid had weggevoerd voor altijd gebroken achterliet? Natuurlijk niet. Alma zou pas volkomen gemoedsrust krijgen als zij die hij schade had berokkend, de kans zouden krijgen om heel gemaakt te worden.

Maar hoe konden zij – of degenen die wij iets aandoen – precies heel gemaakt worden? We kunnen de helende en herstellende werkingen van het zoenoffer van de Heiland niet helemaal doorgronden. We weten wel dat de Heiland voor een rechtvaardig oordeel de sluier van onwetendheid en het pijnlijke, kwetsende leed door anderen zal wegnemen.28 Hiermee voorziet Hij alle kinderen van God van de gelegenheid om met onbelemmerd zicht de keuze te maken Hem te volgen en het grote plan van geluk aan te nemen.29

De Heiland maakt alles heel wat wij beschadigd hebben

Die leringen hebben Alma ongetwijfeld gemoedsrust gebracht. En die leringen kunnen ons eveneens veel gemoedsrust brengen. Als natuurlijke mannen en vrouwen botsen we allemaal weleens in meerdere of mindere mate met elkaar, waarbij we elkaar kwetsen. Iedere ouder zal beamen dat de pijn die voortvloeit uit onze fouten niet louter uit vrees voor onze eigen straf bestaat. De vrees dat we onze kinderen in hun vreugde beperken of op enige wijze van de waarheid weghouden, is groter. Het zoenoffer van de Heiland houdt de heerlijke belofte in dat Hij onze kinderen, wat onze fouten als ouders betreft, schuldeloos houdt en genezing in het vooruitzicht stelt.30 En zelfs als ze tegen het licht gezondigd hebben – wat we allemaal doen – is de arm van zijn barmhartigheid uitgestrekt.31 Hij zal ze verlossen, als ze maar naar Hem willen opkijken en leven.32

Hoewel de Heiland bij machte is te repareren wat wij niet kunnen herstellen, gebiedt Hij ons, als onderdeel van ons bekeringsproces, al het mogelijke te doen om het goed te maken.33 Onze zonden en fouten verstoren niet alleen onze relatie met God, maar ook die met anderen. Soms zijn eenvoudige excuses afdoende voor genezing en herstel, maar het kan ook jaren van ootmoedige inzet vergen om iets goed te maken.34 Toch zijn we bij veel zonden en fouten simpelweg niet in staat om volledig recht te zetten wat we aangericht hebben. De grandioze, troostende belofte van het Boek van Mormon en het herstelde evangelie is dat de Heiland alles heel zal maken wat wij beschadigd hebben.35 Hij zal ook ons heel maken als we ons in geloof tot Hem wenden en ons bekeren van de schade die we veroorzaakt hebben.36 Hij biedt het ons beide aan, omdat Hij met volmaakte liefde van ons allemaal houdt,37 en omdat Hij staat voor een rechtvaardig oordeel waarin de gerechtigheid en de barmhartigheid in balans zijn. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Zie Russell M. Nelson, ‘Slotwoord’, Liahona, november 2019, 122.

  2. Zie 2 Nephi 31; 3 Nephi 11:28, 32, 35, 39–40; Leer en Verbonden 10:62–63, 67–70; 68:25; Mozes 6:52–54; 8:24; Geloofsartikelen 1:4.

  3. Russell M. Nelson, ‘Hoe zou ons leven er zonder het Boek van Mormon uitzien?Liahona, november 2017, 62.

  4. Zie Leer en Verbonden 8:2–3.

  5. Russell M. Nelson, ‘Hoe zou ons leven er zonder het Boek van Mormon uitzien?’ 62.

  6. Alma 42:15.

  7. Zie Alma 42:15.

  8. Zie Alma 42:8.

  9. Zie Alma 24:14; Mozes 6:62.

  10. Zie Mosiah 27:8–10.

  11. Alma 36:13, 14.

  12. Alma 36:17, 18.

  13. Zie Alma 36:18.

  14. Alma 40:26; zie ook 1 Nephi 15:34; Alma 7:21; 11:37; Helaman 8:25.

  15. Zie 3 Nephi 27:19; zie ook Mozes 6:57.

  16. Zie Alma 36:14–17.

  17. Boyd K. Packer, ‘The Brilliant Morning of Forgiveness’, Ensign, november 1995, 19–20.

  18. Mosiah 3:2, 3.

  19. Mosiah 3:10; cursivering toegevoegd.

  20. Mosiah 3:11; zie ook 2 Nephi 9:26.

  21. Mosiah 3:16; zie ook Mosiah 15:25; Moroni 8:11–12, 22.

  22. 2 Nephi 9:25.

  23. Zie 2 Nephi 2:26–27; Helaman 14:29–30.

  24. Zie Geloofsartikelen 1:2; zie ook Leer en Verbonden 45:54. De profeet Joseph Smith heeft over de leer van de doop voor de doden ooit gezegd: ‘Terwijl het ene deel van het mensdom het andere genadeloos veroordeelt en verdoemt, ziet de Vader van het heelal met vaderlijke zorg en ouderlijke genegenheid op de hele mensheid neer. Hij beschouwt hen als zijn kinderen. […] Hij is een wijze Wetgever en zal alle mensen oordelen, niet naar de bekrompen denkbeelden van de mens. […] Hij zal hen oordelen, “niet naar wat zij niet hebben, maar naar wat zij hebben”. Zij die zonder wet geleefd hebben, zullen geoordeeld worden zonder wet, en zij die een wet hebben, zullen geoordeeld worden naar die wet. Wij hoeven niet aan de wijsheid en intelligentie van de grote Jehova te twijfelen. Hij zal alle volken oordeel of genade toewijzen, al naar gelang hun verdienste, hun mogelijkheden om intelligentie te verkrijgen, de wetten volgens welke zij bestuurd zijn, de middelen die hun zijn verschaft om juiste informatie te verkrijgen, en […] wij [zullen] allen uiteindelijk moeten bekennen dat de Rechter van de hele aarde het goed heeft gedaan.’ (Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith [2007], 436–437.)

  25. Mosiah 3:12; zie ook 2 Nephi 9:27.

  26. Zie Mosiah 3:12; Helaman 14:30; Moroni 8:10; Leer en Verbonden 101:78. Sommige mensen zijn misschien onwetend wat bepaalde geboden en verbonden betreft, of ze zijn in sommige situaties niet in staat om hun keuzevrijheid uit te oefenen, maar in andere situaties nog steeds verantwoordelijk vanwege het licht van Christus dat ze bezitten (zie 2 Nephi 9:25; Moroni 7:16–19). De Heiland, die onze rechter is en voor een rechtvaardig oordeel zorgt, zal met die omstandigheden rekening houden (zie Mormon 3:20; Mozes 6:53–57). En Hij heeft voor beide de prijs betaald – voor de eerste onvoorwaardelijk en voor de tweede op voorwaarde van bekering.

  27. Alma 36:21.

  28. Zie Mosiah 3:11; zie ook D. Todd Christofferson, ‘Verlossing’, Liahona, mei 2013, 110; Alma 7:11–12 (‘Hij [zal] de pijnen en ziekten van zijn volk op Zich nemen. […] En Hij zal hun zwakheden op Zich nemen’); Jesaja 53:3–5 (‘Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen’); 61:1–3 (‘De Heere [heeft] mij gezalfd […] om te verbinden de gebrokenen van hart, […] om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw’). Het is veelzeggend dat de Heiland uit die verzen in Jesaja citeerde toen Hij zijn Messiasschap bekendmaakte: ‘Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan’ (zie Lukas 4:16–21).

  29. ‘Het evangelie wordt [in de geestenwereld] verkondigd aan de onwetenden, de onbekeerlijken en de opstandigen, zodat ze uit hun gevangenschap kunnen worden bevrijd, en ze vooruitgang kunnen maken om de zegeningen te verdienen die onze liefhebbende hemelse Vader voor ze heeft.’ (Dallin H. Oaks, ‘Op de Heer vertrouwen’, Liahona, november 2019, 27.) Zie 1 Petrus 4:6; 2 Nephi 2:11–16; Leer en Verbonden 128:19; 137:7–9; 138:31–35.

  30. Zie Mozes 6:54. President M. Russell Ballard heeft deze leer met betrekking tot zelfmoord uiteengezet: ‘Alleen de Heer kent de details en Hij zal een oordeel vellen over onze daden hier op aarde. Volgens mij neemt Hij bij het oordeel alles in overweging: onze genetische en chemische samenstelling, onze mentale toestand, onze intellectuele vermogens, de leringen die we hebben gekregen, de tradities van onze vaders, onze gezondheid enzovoort. Wij lezen in de Schriften dat het bloed van Christus de zonden verzoent van mensen “die zijn gestorven zonder de wil van God aangaande hen te kennen, of die onwetend hebben gezondigd” (Mosiah 3:11).’ (‘Suicide: Some Things We Know, and Some We Do Not’, Ensign, oktober 1987, 8; Tambuli, maart 1988, 18.)

  31. Zie Jakob 6:5; Mosiah 29:20; 3 Nephi 9:14; Leer en Verbonden 29:1.

  32. Zie Helaman 8:15.

  33. Zie Leviticus 6:4–5; Ezechiël 33:15–16; Helaman 5:17; Leer en Verbonden 58:42–43.

  34. Dat is precies wat Alma zelf deed (zie Alma 36:24).

  35. President Boyd K. Packer heeft dat beginsel krachtig uiteengezet:

    ‘Soms kunt u niet herstellen wat u beschadigd hebt. Misschien was de overtreding lang geleden, of wilde de getroffene niet van uw boetedoening weten. Misschien was de schade zo omvangrijk dat u die niet kunt herstellen, hoe graag u dat ook wilt.

    ‘Uw bekering is alleen aanvaardbaar als er van genoegdoening sprake is. U kunt niet ongedaan maken wat u gedaan hebt, u kunt geen kant op. U begrijpt wel hoe hulpeloos en hopeloos u zich dan voelt en waarom u geen uitweg meer ziet, zoals Alma destijds. […]

    ‘Hoe alles hersteld kan worden, weten we niet. Dat lukt in dit leven wellicht ook niet helemaal. We weten door visioenen en bezoeken dat de dienstknechten van de Heer het verlossingswerk aan de andere kant van de sluier voortzetten.

    ‘Die kennis zou voor de onschuldige net zo troostrijk moeten zijn als voor de schuldige. Ik denk aan ouders die ondraaglijk lijden vanwege de misstappen van hun afgedwaalde kinderen en de hoop verliezen.’ (‘The Brilliant Morning of Forgiveness’, 19–20.)

  36. Zie 3 Nephi 12:19; zie ook Mattheüs 6:12; 3 Nephi 13:11.

  37. Zie Johannes 15:12–13; 1 Johannes 4:18; Dieter F. Uchtdorf, ‘De volmaakte liefde drijft de vrees uit’, Liahona, mei 2017, 107.