Als keuzevrijheid je pijn doet
Wat kun je doen als keuzes van anderen hen van de vreugde van het evangelie wegleiden?
Illustratie, Gabrielle Cracolici
Jij hebt het. Je beste vriend heeft het. Zelfs de oudoom van de moeder van je achterneef heeft het! Het is een geschenk van onze hemelse Vader aan al zijn kinderen op aarde. Wat is dat geschenk? Het is keuzevrijheid, het vermogen om te kiezen en te handelen.
Ons vermogen om keuzes te maken laat ons groeien. Dat is heel belangrijk voor ons, omdat we daardoor terug kunnen keren bij onze hemelse Vader. Maar dit geschenk heeft ook een moeilijke en soms pijnlijke kant: de Heer leert ons dat ‘ieder mens voor zichzelf [moet] kiezen’ (Leer en Verbonden 37:4). En de keuzes die mensen maken zijn niet altijd fijne, prettige keuzes.
Als mensen van wie je houdt verkeerde keuzes maken, vooral keuzes die hen ver van Jezus Christus wegleiden, kan dat pijnlijk zijn. Het doet pijn om iemand van wie je houdt dingen te zien doen waarvan je weet dat ze hem of haar uiteindelijk verdriet zullen bezorgen. Je vraagt je dan misschien af of je iets had moeten doen om te helpen. Misschien voel je je boos of gekwetst omdat die persoon zijn of haar keuzevrijheid op die manier heeft gebruikt. Misschien voel je je zelfs een beetje verantwoordelijk voor de keuze die hij of zij heeft gemaakt.
Als je je weleens zo hebt gevoeld, lees dan verder. Laten we een paar dingen op een rijtje zetten.
Het werk van de Heiland
Het eerste wat je moet onthouden is dat je dierbaren al een Heiland hebben. Jezus Christus heeft ‘de pijnen van alle mensen, ja, de pijnen van ieder levend schepsel, van zowel mannen als vrouwen als kinderen’ al doorstaan (2 Nephi 9:21). Hij houdt van je familieleden en vrienden, weet wat er in hun hart leeft en zal het niet opgeven. Hij weet ook hoe Hij hen het beste kan helpen.
Hoewel jij niet hoeft te doen wat alleen de Heiland kan doen, kun je Hem wel helpen om zijn verloren schapen bijeen te brengen. Maar wat kun jij concreet doen? En wat moet je niet doen? Hier zijn wat ideeën.
NIET jouw taak
-
De verantwoordelijkheid voor andermans keuzes op je nemen. Iedereen die toerekeningsvatbaar is, is verantwoordelijk voor zijn eigen keuzes. Je mag verdriet hebben om iemands keuzes, maar het is niet jouw taak om hem of haar te veranderen.
-
Oordelen. In de Schriften staat dat God onze ultieme rechter is (zie Leer en Verbonden 64:11). Veroordeel iemand niet, maar wees vergevingsgezind en liefdevol.
-
In herhaling vallen. Het gaat waarschijnlijk niet helpen om elke keer dat je het oneens met iemand bent, tegen hem of haar te zeggen dat hij of zij een slechte keuze heeft gemaakt. Als je de ingeving krijgt om van de waarheid te getuigen, zorg er dan voor dat je dat uit liefde doet.
-
Jezelf verwijten maken. Soms beledigen we iemand, zelfs als we alleen maar proberen te helpen. Wees niet te streng voor jezelf als dat gebeurt. Bied je excuses aan, wees nederig en probeer het anders aan te pakken.
Jouw taak
-
Hulp bieden uit liefde. Zelfs als je niet achter alle keuzes van iemand staat, kun je hem of haar liefde tonen. Hoe kun je op andere gezonde manieren contact met hem of haar leggen? Ontdek wat jullie gemeen hebben!
-
Bidden. Bidden heeft een krachtige uitwerking, vooral als je met naam en toenaam voor je familielid of vriend(in) bidt. Vraag God hem of haar te zegenen en jou te zegenen zodat je weet hoe je kunt helpen. Wacht dan geduldig op zijn timing en antwoorden.
-
Naar de Heilige Geest luisteren. Je kunt door de Heilige Geest openbaring (en troost!) voor jouw omstandigheden ontvangen. Breng tijd door op plaatsen waar de Geest aanwezig kan zijn.
-
Een voorbeeld zijn. Blijf verbonden met God sluiten en nakomen. Hoe dichter je bij Hem bent, hoe makkelijker je inspiratie kunt ontvangen om jouw dierbare te helpen. Wees een voorbeeld en een licht.
Zelfs als de manier waarop iemand zijn keuzevrijheid gebruikt je pijn doet, kunnen jij en de mensen van wie je houdt en om wie jij geeft genezing en hoop vinden. Wees geduldig, vertrouw op de Heiland en blijf zelf je keuzevrijheid op een goede manier gebruiken.