Seminarie en instituut
Jezus Christus en het eeuwige evangelie — leesopdrachten voor de cursist


Jezus Christus en het eeuwige evangelie — leesopdrachten voor de cursist

Noot: u hoeft geen aanbevolen materialen te lezen die niet in uw taal beschikbaar zijn.

Les

Titel

Aanbevolen leesstof:

1

Jezus is de levende Christus

2

De hele menselijke geschiedenis draait om Jezus Christus

3

Jehova en zijn voorsterfelijke bediening

4

Jehova heeft de aarde geschapen

5

Jezus Christus was de Jehova van het Oude Testament

  • Johannes 8:51–59; 18:5, 8; Exodus 3:11–14; 6:2–3; 3 Nephi 15:5; Mozes 6:51–52, 64–66; Genesis 17:1–9; Abraham 1:18–19; 2:8–11.

  • ‘Achtergrondinformatie A: Wie is de God van het Oude Testament’, Het Oude Testament — lesboek voor de cursist: Genesis–2 Samuel, 3e editie (lesboek kerkelijke onderwijsinstellingen, 2003), 111–115.

6

Zinnebeelden, afschaduwingen en symbolen van Jezus de Christus

7

Jezus Christus — Gods eniggeboren Zoon in het vlees

  • Mattheüs 1:18–24; Lukas 1:26–35; Johannes 10:17–18; 1 Nephi 11:13–21; Mosiah 3:7–8.

  • Robert E. Wells, ‘Our Message to the World’, Ensign, november 1995, 65–66.

8

Jezus Christus vervulde alle gerechtigheid

  • Mattheüs 3:13–17; 2 Nephi 31:4–21.

  • Robert D. Hales, ‘Het doopverbond: in het koninkrijk en van het koninkrijk zijn’, Liahona, januari 2001, 6–9.

9

De diepgaande invloed van de Heiland

10

Kom dan en volg Mij

11

Jezus Christus ging het land door en deed goed

12

Wonderen op de wegen van Palestina

13

Jezus Christus riep twaalf apostelen

  • Mattheüs 10:1–8; 16:15–19; 17:1–8; Handelingen 1:21–22; 2:22–24, 32; 3:12–16; 4:31–33; 5:29–32; Leer en Verbonden 107:23.

  • Boyd K. Packer, ‘De Twaalf’, Liahona, mei 2008, 83–87.

14

Jezus Christus is de Messias

  • Mattheüs 21:1–11; Lukas 4:16–24; Johannes 6:5–15, 31–32, 49–53, 66–69.

  • G. Homer Durham, ‘Jesus the Christ: The Words and Their Meaning’, Ensign, mei 1984, 14–16.

15

Jezus Christus heeft het avondmaal ingesteld

16

De Heiland bracht verzoening voor de zonden van alle mensen

17

De Heiland leed en stierf aan het kruis op Golgotha

  • Mattheüs 27:26–54; Lukas 23:34–46; Johannes 10:11–18; 19:10–11, 19–37; 1 Nephi 19:9.

  • Jeffrey R. Holland, ‘Niemand was bij Hem’, Liahona, mei 2009, 86–88.

18

De Heiland diende in de geestenwereld

  • Lukas 23:39–43; 1 Petrus 3:18–20; 4:6; Leer en Verbonden 128:15, 22; 138:1–37.

  • Spencer J. Condie, ‘Het bezoek van de Heiland aan de geestenwereld’, Liahona, juli 2003, 26–30.

19

Hij is uit de dood verrezen!

  • Lukas 24:1–48; Johannes 20; 1 Korinthe 15:1–29, 54–58.

  • Dallin H. Oaks, ‘Opstanding’, Liahona, juli 2000, 16–19.

20

De Heiland diende zijn ‘andere schapen’

21

Jezus Christus stichtte zijn kerk

  • Mattheüs 10:1–4; 16:19; 17:3–7; 18:18; Handelingen 2:1–6, 14–26; 4:1–13, 18–21; Handelingen 10:9–20, 25–28, 34–35, 44–48; Handelingen 15:1–11, 13–19; Efeze 2:19–20; 4:11–14.

  • Jeffrey R. Holland, ‘Profeten, zieners en openbaarders’, Liahona, november 2004, 6–9.

22

De Vader en de Zoon zijn aan Joseph Smith verschenen

23

De Heiland herstelde zijn priesterschap, kerk en evangelie

24

Hij leeft!

25

Jezus Christus zal op een dag wederkeren

26

Jezus Christus zal als Koning der koningen regeren en de wereld oordelen

  • Mattheüs 25:31–46.

  • Hoofdstuk 45, ‘Het millennium’, Evangeliebeginselen [2009], 277–281.

  • Hoofdstuk 46, ‘Het laatste oordeel’, Evangeliebeginselen [2009], 283–288.

27

Jezus Christus is het licht, het leven en de hoop van de wereld

28

Een persoonlijk getuigenis van Jezus Christus